01. David - Inleiding op Samuël 2

01. David - Inleiding op Samuël 2

Inleiding op 2 Samuël

 

Het boek 1 Samuël laten wij achter ons na een stormachtige periode, vol verwachting en teleurstelling. Saul, de koning naar het hart van het volk, is gestorven. Zijn verhaal eindigde tragisch, niet omdat hij nooit iets goeds deed, maar omdat hij weigerde het goede tot het einde toe te doen. Hij begon bij de Heere, maar eindigde bij een waarzegster. Daarmee sluit een tijdperk af.

 

De opkomst van David – de strijd om het hart van Gods volk

Nu breekt er iets nieuws aan: het boek 2 Samuël, waarin David eindelijk koning wordt. Niet omdat hij het ambt najaagt, maar omdat hij bereid is de weg van God te gaan, door lijden en verdringing heen. Dit boek is niet slechts een koningskroniek, maar een geestelijk document – een openbaring van het karakter van God en van Zijn handelen met mensen die Zijn hart zoeken.

 

In dit boek zien wij hoe David, de gezalfde van de Heere, de herder‑koning, dichter en strijder, zijn plaats inneemt op de troon van Israël. Maar die weg is niet gemakkelijk. Er is strijd, rouw, verraad en diepe persoonlijke zonde. Want ook een man naar Gods hart blijft een mens, en zelfs in het paleis kan de zonde haar tenten opslaan.

 

Toch wordt dit boek niet getekend door Davids falen, maar door wat hij met zijn falen doet. Waar Saul zijn schuld ontkende, beleed David zijn zonde met tranen. Waar Saul zich vastklampte aan de macht, was David bereid zijn kroon prijs te geven om vrede te bewaren.

 

2 Samuël is daarmee een spiegel voor ons eigen leven. Ook wij leven in een tijd van koningsverwachting. De grote Zoon van David heeft Zijn plaats aan de rechterhand van de Vader al ingenomen, maar Zijn koningschap op aarde is nog in voorbereiding. Tot die dag worden ook wij geroepen als priesters en koningen – niet om te heersen, maar om te dienen.

 

In dit boek ontdekken wij hoe de Geest werkt in een gebroken wereld, hoe de Heere trouw blijft, ook als wij struikelen, en hoe God de troon soms opbouwt langs de weg van het kruis. Wie oren heeft om te horen, die hore.

 

Piet Westein