10 Zacharia

Een spruit met een kroon.

 

Hoewel deze profetie volgt op de vorige acht, lijkt het een op zichzelf staande profetie te zijn. Nu krijgt de profeet Zacharia geen vreemd klinkend visioen te zien, maar hij krijgt een opdracht. Hij moet gaan collecteren onder degenen die weggevoerd zijn (geweest?).  Zijn opdracht is om een kroon te maken van het goud en het zilver dat hij ontvangt. Deze kroon moet hij dan nemen en die op het hoofd van de hogepriester Jozua zetten. Als hij die eenmaal op het hoofd van de hogepriester Jozua heeft gezet moet hij de volgende profetie uitspreken:

 Zo zegt de Here van de legermachten: Zie een man, wiens naam is Spruit, Deze zal uit zijn plaats uitspruiten, en Hij zal de tempel van de Heer bouwen, en Hij zal met majesteit bekleed zijn, en als heerser zitten op zijn troon; en Hij zal priester zijn op zijn troon. Heilzaam overleg zal ertussen hen beiden zijn. En de kroon zal tot gedachtenis aan Helem, Tobia, Jedaja en Hen, de zoon van Zefanja, in de tempel van de Heer blijven. Mensen zullen van verre komen, om aan de tempel van de Heer te komen bouwen, en jullie zullen weten dat de Here mij tot jullie gezonden heeft. Dit zal allemaal gebeuren als jullie aandachtig luisteren naar de stem van de Here jullie God. Zacharia 6: 12-15

 

Hoe is het mogelijk?

Let op, dat er geen belasting werd geheven, om de lasten voor het aanmaken van die kroon te betalen. Dit moet wel verwijzen naar de tijd dat men de tabernakel in de woestijn oprichtte, ook deze werd opgericht en bekostigd door vrijwillige gaven. De hogepriester droeg normaal gesproken niet een kroon, maar een tulband, met daarop een gouden plaat. Op die plaat stond geschreven: De Here geheiligd. De kroon was in Israël, net als in andere landen, gereserveerd voor de koning. God had duidelijk bepaald, dat kerk en staat gescheiden moesten zijn, en blijven. Het priesterschap was voor de stam van Levi en het koningschap, zou voor de stam van Juda zijn.

En toch zien wij hier duidelijk, dat God zelf een expliciet bevel geeft, dat deze speciale kroon op het hoofd van Jozua de hogepriester moest worden gezet. Het is echter op het moment, dat de kroon op het hoofd van Jozua wordt gezet, dat de profeet Zacharia een profetie moet laten horen. Hij zegt: Zie een Man wiens naam is Spruit, Deze zal uit Zijn plaats uitspruiten, en Hij zal de tempel van de Heer bouwen. Ja Hij zal als een Heerser op Zijn troon zitten; ook zal Hij priester zijn op Zijn troon. Heilzaam overleg zal er tussen hen beide zijn.

Hier krijgen wij te maken met iemand, die, én priester én koning zou zijn. Dat heilzaam overleg, tussen die twee, slaat op het overleg dat altijd plaats vindt tussen God de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus. Dat dit niet op een gewoon mens kon slaan, is wel duidelijk . Ook is dit niet in vervulling gegaan bij de eerste komst van Jezus. Want hoewel Jezus uit het geslacht van koning David was, is Hij nooit door Zijn volksgenoten met een koningskroon gekroond. (De doornenkroon niet meegeteld). De kroon die volgens het visioen gemaakt moest worden, had bewaard moeten worden tot de komst van de beloofde Messias. Hij had in de tempel opgeslagen moeten worden, wachtend op Zijn komst.

 

Eerste of tweede komst?

Daar wij verder in de bijbel niets horen of zien over deze kroon, is het de vraag, of hij ook werkelijk is gemaakt. Of was het slechts een verwijzing naar het koningschap, dat Hem als Vredevorst toekwam. Het rechtsgebied van de Vredevorst kan nooit op deze aarde zijn, hier regeert immers de vorst van de duisternis? Daarom kon Jezus bij Zijn eerste komst ook uitroepen: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Nee! Deze kroon ligt opgeslagen in een beter heiligdom, waar de grote Jozua nu nog als hemels hogepriester dienst doet voor Zijn volk. De kroon, waarmee Hij voor Zijn wederkomst zal worden gekroond, is niet van goud of zilver gemaakt. Deze kroon zal bestaan uit de vrijwillig gebrachte lofzangen van de verlosten, als zij Hem zien komen op de wolken van de hemel, om hen mee te nemen naar een beter koninkrijk.

 

Wie zijn zij, die van verre zouden komen, om de tempel van de Heer te bouwen? Ook hier is die profetie niet in vervulling gegaan, in de tijd van de herbouw van de tweede tempel, in de tijd van Zacharia. Deze tempel is wel herbouwd, maar dat was onder het leiderschap van Zerubabel en Jozua, en wel door de uit Babel teruggekeerde Joden. Deze tempel is in zeventig na Christus door het Romeinse rijk vernietigd. Er is geen sprake van, dat er in de laatste twee duizend jaar, weer een tempel in Jeruzalem is gebouwd. Dat is noch door de Joden, noch de heidenen (zij die verre zijn) gebeurd. Of het moet zo zijn, dat wij als gelovigen samen, de levende stenen zijn, van een geestelijke tempel. 

 

Voorwaardelijk.

Het visioen eindigt met de voorwaarden waarop dit allemaal zou gebeuren. Er staat in de laatste zin: Dit zal gebeuren, als jullie aandachtig luisteren naar de stem van de Heer. Dit slaat niet alleen op de tijd van de bouw van de tweede tempel in de tijd van Zacharia, noch alleen op de tijd van Jezus eerste komst naar deze aarde, noch ook op het Christelijke tijdperk, maar op iedere tijd, en op alle profetieën. Alle heilsprofetieën komen met als voorwaarde dat zij zijn voor hen die aandachtig luisteren naar de beloften van God. Als men Zijn wetten, instellingen en verordeningen veronachtzaamt, is geen van de heilsbeloften voor hem of haar bestemd. Wil je daarentegen je hoop op Hem stellen, dan zal Hij zijn beloften aan ons gegeven, meer dan waar maken.

Ik zou zeggen sluit je aan bij dit reisgezelschap, dat zijn oog omhoog gericht heeft. Dan ben je gelijk een levende steen van die nieuwe tempel, waar God de bouwmeester en voltooier van is. 

 

Piet Westein